Wachten
De zon des winters staart me achter 't glas verwonderd aan
Zich afvragend waarom haar straal mijn huid niet mag beslaan
Bekoorlijker kan 't land niet zijn, maar 't lijkt nu niet te kunnen
Me zorgeloos in 't brandend sneeuw wat rein geluk te gunnen
Geen frisse lucht of esthetiek kan nu genoeg verstrooien
Om de zucht die mijn vizier vernauwt te dimmen en te dooien
De kamer wordt een waarlijk hol, maar niemand uit gemis
Steeds klaarder wordt dan mijn gebrek aan wat bijzonder is
Voor niets echt groots bestemd zijn doet meer pijn dan ooit gedacht
De dood lijkt plots niet meer zo onaantrekkelijk, eerder zacht
Want wat heeft het voor zin zich tot z'n honderd weg te slijten
Als niemand ooit die honderd jaar met passie zal bepleiten
Mijn lijn met de buitenwereld geeft geen hoopvol teken
De nietsnut die ik ben verkiest bedroefd het eeuwig deken
Zich afvragend waarom haar straal mijn huid niet mag beslaan
Bekoorlijker kan 't land niet zijn, maar 't lijkt nu niet te kunnen
Me zorgeloos in 't brandend sneeuw wat rein geluk te gunnen
Geen frisse lucht of esthetiek kan nu genoeg verstrooien
Om de zucht die mijn vizier vernauwt te dimmen en te dooien
De kamer wordt een waarlijk hol, maar niemand uit gemis
Steeds klaarder wordt dan mijn gebrek aan wat bijzonder is
Voor niets echt groots bestemd zijn doet meer pijn dan ooit gedacht
De dood lijkt plots niet meer zo onaantrekkelijk, eerder zacht
Want wat heeft het voor zin zich tot z'n honderd weg te slijten
Als niemand ooit die honderd jaar met passie zal bepleiten
Mijn lijn met de buitenwereld geeft geen hoopvol teken
De nietsnut die ik ben verkiest bedroefd het eeuwig deken
Reacties
Een reactie posten