In een eettent tafelend met glas en hap belanden de gezellen in een gesprek, van merrietjes en veulentjes naar leeuwinnetjes en welpjes, tot plots de macht des mens en diens kindjes. Met geluid van opwindend trillende stembanden vervormd door zorgvuldig worstelende tongspieren eisen de gezellen elkanders luisteren, maar mond en oor vibreren zelden harmonieus. Bruusk verschijnen klauwen uit hun poten die met welgemikte uithalen woeste wonden slaan in wat vroeger gave vellen waren. Bloed spat beschamend walgelijk in het rond en andere eters zien hun maaltijden onherroepelijk besmet. Ieder kiest daarop zijn kamp en knokt lustig mee tot het gelijk. - Phil K.