Posts

Wachten

De zon des winters staart me achter 't glas verwonderd aan Zich afvragend waarom haar straal mijn huid niet mag beslaan Bekoorlijker kan 't land niet zijn, maar 't lijkt nu niet te kunnen Me zorgeloos in 't brandend sneeuw wat rein geluk te gunnen Geen frisse lucht of esthetiek kan nu genoeg verstrooien Om de zucht die mijn vizier vernauwt te dimmen en te dooien De kamer wordt een waarlijk hol, maar niemand uit gemis Steeds klaarder wordt dan mijn gebrek aan wat bijzonder is Voor niets echt groots bestemd zijn doet meer pijn dan ooit gedacht De dood lijkt plots niet meer zo onaantrekkelijk, eerder zacht Want wat heeft het voor zin zich tot z'n honderd weg te slijten Als niemand ooit die honderd jaar met passie zal bepleiten Mijn lijn met de buitenwereld geeft geen hoopvol teken De nietsnut die ik ben verkiest bedroefd het eeuwig deken

Sekteleider

Dikwijls duivelse vuren gesnoven Terend op trieste sukkels hun leed Niet verbazend dat zij hem geloven De Heer gaf hen van zin nooit een beet Slechts een appel, met zonden bestoven Smakend naar leemte als je hem eet Tot het klokhuis waar dromen verdoven Net als kussens dat doen met een kreet Troostende riten offreert de leider Hoop besluipt dan de droeven van geest In ruil voor macht wordt hij hun bevrijder Zijn aards bestaan een heilloos gefeest Wat schaadt nog zo een leugen of list als we toch zullen rotten in de kist? Phil K.

Ambitie

Kloekmoedig mijn klauwen gespierd uit de mouwen vol drift om te bouwen fortuin en voorspoed Door wensen verslonden en hoogmoed geschonden doorstaat mijn ziel stonden van streven en strijd Eenklaps honderd builen een resem valkuilen verscheurende muilen ik snik en ik bloed Lot, laat toch mijn wonden mijn missen van zonden niet zomaar uitmonden in dreven van spijt Phil K.

Vloek

Ik leefde nooit in rechte lijn op weg naar één gegeven iets wat ik wou beleven of dat ik graag zou willen zijn Ik waande mij niets dierbaar toen het was me al zo simpel wat waaien als een wimpel geen angst voor smet op mijn blazoen Tot plots een vloek mijn geest bedroog en aandrong op meer eerzucht de hoop gebakken kotslucht waar Lucifer ons mee bespoog Die helse kwelling verrot nu mijn tijd Mijn sterfbed zal zwart zien van zielige spijt Phil K.

Portret

Van mij bestaat er geen portret door de ongeschreven wet die stelt dat schilders jan met pet niet goochelen uit hun palet Ik neem me ook niet als sujet want ik ben slechts een pissebed, een vals skelet, een silhouet met bruinig schijt bespuwd toilet een schaamteloze marionet, aan touwtjes al wat me belet te starten met de meesterzet mezelf bevrijden uit het net dat me verplicht te rijmen… op -et. Phil K.

Kier

De kier van de tijd is amper nog de opening die ooit de twijfels opving over wat te doen eenmaal bevrijd van alles wat me nog weerhield om te worden wie ik wou, de meester die ik zijn zou van wat me altijd heeft bezield. Mijn dromen lijken nu vervallen, een onbereikbaar ideaal. Ik lijk dan toch te zijn gevallen voor een ordinair menselijk verhaal. De sluitende kier biedt nog een laatste vlucht weg van de op het kerkhof des levens spokende zucht. - Phil K.

Streel

Is het mogelijk leven te strelen zoals het innig wordt bekeken vanuit de donkere kamer? Als de zwarte witte voelbaarheid van de verlaten luchthaven beregend met mysterie? Als de dichte intimiteit van het orkest dat zacht de strijkende lippen uitbeeldt? Als het gezicht en diens gladde volmaakte groeven, vertoond in haast mythische proporties? Wellicht louter als de dolk die in de navel steekt en bloederig diens geboorte ongedaan maakt. Streel maar gewoon de brave hond. - Phil K.